DE VROUW IN DE BALIE
Door de heer mr J. van der Valk, advocaat te Halley Blaauw & Navarro, alhier.
Deze column had eigenlijk over advocaat en auto moeten gaan. De auto’s van onze confrères en collega’s worden immers groter en groter. Er is veel te zeggen over de nieuwe Mustang’s, Infinity’s, Volvo’s en Murano’s die hun weg van de dealer naar het witgebefte volksdeel weten te vinden. Maar dat doe ik niet.
Bij toeval stuitte ik namelijk op een vergeeld boek in de boekenkast van confrère Blaauw, een boek van de hand van ene mr. ED. Emmering, getiteld ”De advocatuur, een gids voor recht en praktijk”. Mijn oog viel op hoofdstuk 3, met als opschrift “De vrouw in de balie”. Wat valt daar nu in het bijzonder over te zeggen, dacht ik nog. Het boek is uit 1969, de twee feministische golf was al aan het aanzwellen, maar niet bij Emmering. Ook tijdens de eerste feministische golf had hij kennelijk het hoofd boven water weten te houden. De toon van het hoofdstuk wordt al gezet met het volgende citaat: “Women barristers are always industrious; some of theme are learned, a few of them are eloquent, but none of them, I believe, makes much more than a living at the Bar.” (Richard Roe, “Straws in my Wig”.)”
De rest spreekt voor zich. Oordeelt u zelf.
“Men kan, schrijvende over de advocatuur voor advocaten, het probleem van de vrouw niet onbesproken laten. Het heeft niets te maken met het pro of contra van vrouwenarbeid of met de gelijkheid der sexen.
De advocatuur is in principe voor de vrouw geen geschikt beroep. Het aantal advocaten van het vrouwelijk geslacht dat slaagt in de advocatuur, is te tellen. Niet dat er niet vele zijn die – ongehuwd – een redelijk inkomen hebben, sommige zelfs een zeer behoorlijk, maar dan nog blijft het onder het niveau dat een mannelijke advocaat kan bereiken, na eenzelfde aantal jaren werkzaam te zijn geweest.
Sommige verdienen door rolwaarneming een aardig inkomen, ofschoon dit werk, hoe nuttig ook, met de advocatuur zeer weinig, of eigenlijk niets heeft te maken.
Pas indien men naast het medewerkerschap als vrouwelijke advocaat, een zij het nog maar kleine eigen praktijk kan opbouwen, komt men tot een redelijk inkomen, maar het totaalbeeld is niet bemoedigend. De gepubliceerde statistieken zijn wel afdoende, en nog zelfs geflatteerd als men bedenkt dat er vele vrouwen, zijn die de advocatuur hebben verlaten omdat het inkomen daaruit te gering was.
Men kan debatteren over de al of niet geschiktheid van het beroep voor vrouwen, maar het publiek, de beslissende factor, apprecieert ze niet. Grote zaken hebben niet dan bij uitzondering vrouwelijke advocaten en zelfs kleinere zaken gaan er niet licht toe over, een vrouw als advocaat te kiezen.
Voor familierechtelijke problemen zijn de vrouwelijke advocaten inderdaad de beste raadgevers, maar het aantal gevallen waarin problemen voorkomen welke een vrouwelijke advocaat beter zou kunnen behandelen dan de mannelijke dito, is te gering om daarop een praktijk te kunnen opbouwen.
In ander soort werk hebben de vrouwen-juristen veel meer kans; maar voor de advocatuur is in onze maatschappij, waar zakelijk inzicht nodig is om de advocatuur uit te oefenen, de vrouw over het algemeen minder geschikt. Het verloop onder de dames is dan ook zeer groot. Maar beginnen en het proberen, kan zonder al te veel risico. Voor elke andere werkkring op juridisch gebied is enige jaren advocatuur ook voor een vrouwelijke jurist bijzonder nuttig en het is een voordeel bij een sollicitatie.
Gehuwde vrouwen zijn in de advocatuur zeer zeldzaam. Soms hebben zij, met mannelijke advocaten gehuwd, een kleine eigen praktijk, maar als er kinderen zijn, is er weinig gelegenheid de advocatuur met enig succes uit te oefenen. Advocatuur als parttime-job gaat nu eenmaal niet. Een cliënt moet er zeker van zijn, dat de advocaat te allen tijde bereikbaar is en zijn belangstelling en aandacht geheel op zijn werk concentreert. Niemand neemt een chirurg, die een deel van de dag aan literatuur besteedt.”
De dames onder de lezers verzoek ik overigens goede nota te nemen van de door mij zorgvuldig aangebrachte aanhalingtekens. Ik zou het citaat niet graag voor mijn rekening nemen. De opvatting van Emmering is volstrekt achterhaald, dacht ik als moderne man meteen. Toch blijft er iets knagen. Het aantal vrouwelijke partners bij de grotere Curaçaose advocatenkantoren is op één hand te tellen. Zouden Emmerings gedachten dan toch een kern van waarheid bevatten? Zoals gezegd, oordeelt u vooral zelf.
Jaap van der Valk
Reacties op voormeld artikel kunnen worden gericht tot de auteur op zijn emailadres: jaap.vandervalk@hbnlaw.com (Sorry Jaap J) |
MAAK KENNIS MET…
In deze rubriek maakt u wederom nader kennis met de (nieuwe) leden van de JBC. In deze editie maakt u kennis met: Johanneke Schelling, Nirayca Louisa en Eric Bokkes.
Johanneke Schelling

Naam, leeftijd, welk kantoor:Johanneke Schelling, 25 jaar, Small Murray Scheper advocaten
Waarom heb je voor dit kantoor gekozen: Jong, dynamisch en groeiend kantoor.
Waar heb je gestudeerd en wat is je specialisatie, zo je deze al hebt: Nederlands recht gestudeerd in Utrecht met de specialisaties privaatrecht en arbeidsrecht.
Wat was je motivatie om de Antilliaanse advocatuur in te gaan: Ik ben op Curaçao opgegroeid dus ik wilde altijd weer terug naar het eiland en ik was de regen in Nederland zat!
Wat is het meest interessante juridische boek dat je ooit hebt gelezen:Er zijn veel interessante juridische boeken, vooral de serie Studiereeks Burgerlijk recht omdat de boeken erg makkelijk te lezen zijn. Het minst leuke boek kan ik me beter herinneren, Goederenrechtelijke colleges van mr. J.E. Fesevur!
Mijn grootste advocatuurlijke held is: geen
Mijn favoriete vrijetijdsbesteding is: koken, vissen en televisiekijken.
Nirayca B. Louisa

Naam, leeftijd, welk kantoor:Nirayca B. Louisa, 28 jaar, Advocatenkantoor Sulvaran & Peterson
Waarom heb je voor dit kantoor gekozen: Ik heb daar stage gelopen. Omdat zij toentertijd nog een plaats hadden voor een jurist, ben ik onmiddellijk bij hen in dienst getreden.
Waar heb je gestudeerd en wat is je specialisatie, zo je deze al hebt: Universiteit van de Nederlandse Antillen. Ik hou mij nu voornamelijk bezig met de civiele praktijk.
Wat was je motivatie om de Antilliaanse advocatuur in te gaan: Eigenlijk twijfelde ik een beetje tussen de advocatuur of het bedrijfsleven ingaan. Doordat ik een kans aangeboden kreeg om de advocatuur in te gaan, heb ik die onmiddellijk gegrepen. Bovendien vind ik, dat je in de advocatuur (met name met de civiele praktijk) een enorme ervaring opdoet, het is erg leerzaam en je kunt er vele kanten mee op. Maar een baan in het bedrijfsleven sluit ik thans niet uit. De ervaring die ik nu opdoe, zal mij eventueel later goed van te pas komen.
Wat is het meest interessante juridische boek dat je ooit hebt gelezen:Prota. Daarin wordt beschreven hoe de wetten die wij nu kennen, sedert de Romeinse tijd tot stand zijn gekomen.
Mijn grootste advocatuurlijke held: Heb geen
Mijn favoriete vrijetijdsbesteding is: Fietsen, fitness, kickboksen, maar voornamelijk motorfiets rijden (roadbike).
Eric Bokkes

Naam, leeftijd, welk kantoor:Eric Bokkes, 33 jaar, Bloem Bokkes Fontein Advocaten. Waarom heb je voor dit kantoor gekozen: Als generalist ging mijn voorkeur uit naar een wat kleiner kantoor met een algemene praktijk, en (voorheen) Scheperboer & Fontein Advocaten was zo’n klein en dynamisch kantoor met zowel een straf- als een civiele praktijk. Daarbij was de ‘klik’ tijdens de verschillende gesprekken aan weerszijden direct aanwezig, dus de keuze was snel gemaakt.
Waar heb je gestudeerd en wat is je specialisatie, zo je deze al hebt: Rijksuniversiteit te Utrecht, Recht & Economie in Bedrijf & Maatschappij en Internationaal Recht.
Wat was je motivatie om de Antilliaanse advocatuur in te gaan: In een relatief kleine gemeenschap zoals de Antillen kan je, meer dan in Nederland, echt nog wat betekenen voor de mensen. Bovendien, de kans om je carrière voort te zetten op een tropisch eiland is er een die mijns inziens niet onbenut kan blijven !?
Wat is het meest interessante juridische boek dat je ooit hebt gelezen: De gehele serie van Asser en Het Systeem van Pitlo.
Mijn grootste advocatuurlijke held: De helden van Plasman cs Advocaten.
Mijn favoriete vrijetijdsbesteding is: Golfsurfen op Playa Kanoa, duiken en vrijdagavond Intermezzo. |